donderdag 7 mei 2009

WE KIJKEN DOOR DE RUITEN! WELK WEER IS HET BUITEN?

Tijdens het academiejaar kregen we de opdracht om een weerkoffer te maken. Een weerkoffer met daarin een creatieve weerkalender en drie zelfgemaakte meettoestellen. Samen met de kleuters moet je met deze meettoestellen elementen van het weer kunnen waarnemen.

Voor het uitwerken van de weerkalender - het weerbericht - had ik meteen al enkele ideeën. Ik toverde een kinderparaplu om tot een mobiel met daaraan de verschillende weertypes. De kaartjes met de weertypes zijn met velcron bevestigd op de groene kaarten van de paraplu. De paraplu kan in de onthaalhoek (eventueel zelfs omgekeerd) opgehangen worden. Na het zingen van het weerlied We kijken door de ruiten! mag de weerman of -vrouw van de dag het juiste weertype uitkiezen. Na de goedkeuring van de andere kleuters mag deze weerman of -vrouw uiteindelijk het passende kaartje op het weerbericht aanbrengen. Deze handeling wordt tijdens het middagonthaal herhaald. (De paraplu geniet nog even van de zon tot hij aan de slag kan in een kleuterklas.)


Om gradatie in het weerbericht aan te brengen heb ik gezorgd voor twee verschillende soorten weerkaarten. Op beide soorten staan dezelfde weertypes afgebeeld. Op de weerkaarten voor de oudste kleuters staat naast de afbeelding van het weertype ook het type in letters gedrukt. Op deze manier kunnen de kleuters - wanneer ze daar behoefte aan hebben - kennis maken met de geschreven taal van de steeds terugkerende weertypes.

Naast de paraplu zijn er ook vier prenten die de seizoenen weergeven. Bij de jongste kleuters wordt enkel de prent van het huidige seizoen boven het weerbericht bevestigd. In de klas bij de oudere kleuters worden alle jaargetijden opgehangen, met een pijl bij het huidige seizoen. Op deze manier merken de kleuters dat de seizoenen elkaar telkens opnieuw opvolgen. In de tas zit ook een boek met praatprenten over de seizoenen. Bij het begin van een nieuw seizoen kunnen de oudste kleuters tijdens een klasgesprek aan de hand van de prenten seizoensgebonden elementen verwoorden.


Het grootste meetinstrument uit de weerkoffer is ongetwijfeld de windmolen. De windmolen is waterbestendig en kan je makkelijk met het puntige uiteinde in de aarde prikken. In de klas kunnen we een hele week lang iedere dag de windsterkte meten aan de hand van de windmolen. De kleuters staan in een rij langs de molen, zodat iedereen het rode potje goed kan zien. Ik duw de chronometer aan en de kleuters starten het tellen. Samen kijken we hoe vaak het rode potje langs komt in een halve minuut. We noteren het aantal toertjes op een blad in de klas en vergelijken met de andere dagen. Hoe meer toertjes hoe krachtiger - sterker - de wind waait.


Om de windsterkte te meten is er niet alleen de windmolen, maar ook de windstok. Aan de windstok hangen verschillende stukjes. Een stukje keukenpapier, wat printpapier, een beetje aluminiumfolie, een deel schuurpapier en een stuk dik karton. Al deze stukken zijn even groot, maar wegen lang niet evenveel. Een kleuter mag - als het niet regent - de windstok buiten in de lucht houden. De andere kleuters kunnen kijken welke stukjes bewegen. Bij een licht briesje zullen het keuken- en printpapier lichtjes heen en weer wiegen. Bij hardere wind zullen zij hevig heen en weer slingeren en zullen de andere stukjes al voorzichtig meebewegen. Bij heel harde wind zullen alle stukken - van het keukenpapier tot het dikke karton - hevig slingeren op het ritme van de wind.


Ook leuk om te doen in een kleuterklas is het meten van de regen. De pluviometer staat buiten - eventueel nog vastgezet met twee bakstenen - op een veilige plaats. Na een grote of kleine regenbui nemen we de pluviometer mee in de klas. De jongste kleuters kunnen kijken tot waar de regen komt. Is de pluviometer gevuld tot bij de kleinste paraplu? Komt de regen misschien al tot bij de grootste paraplu? De kleuters weten dat hoe groter de paraplu is, hoe meer regen er gevallen is.

De oudere kleuters kunnen zelfs al even experimenteren met de inhoud van de pluviometer. Hoeveel bekertjes kunnen er gevuld worden met de regen uit de meter? Konden we gisteren meer of minder bekertjes vullen dan vandaag?


Na regen komt zonneschijn ... en ook dat kunnen de kleuters meten. Deze keer maken we gebruik van het zonnebord. 's Middags vullen we het bord met water tot aan de zwarte streep. We zoeken een plaatsje uit waar de zon lekker schijnt om het bord neer te zetten. Vooraleer de kleuters 's avonds naar huis gaan, kijken we hoeveel water er verdwenen - verdampt - is. Op de plaats waar het water gekomen is, zetten we met waterbestendige stift een streep. De streep heeft de kleur van de dag (maandag is de gele dag, dinsdag is de groene dag, ...). Op deze manier kunnen we de volgende middag het bord opnieuw vullen met water en 's avonds een streep trekken. Door de week heen kunnen de kleuters de verschillende strepen met elkaar vergelijken. Op welke dag is er het meeste water verdwenen - verdampt- ? Wanneer scheen de zon het sterkst?

Alle instrumenten worden samen met de weerkalender opgeborgen in de weertas. Aan de voorkant van de tas hangt een foto van de paraplu omringd door de verschillende gebruikte weertypes. Aan de achterkant van de tas hangen de drie weerelementen die je met de gemaakte instrumenten kan meten. Onder de flap is telkens het passende meetinstrument met velcron bevestigd. De zijkanten zijn versierd met kleinere afbeeldingen van de vier seizoenen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen